Lastig Luisteren

Communicatie met ouders blijkt lastig.
Voor veel docenten.
“Ouders behandelen hun kind als prinsen en prinsesjes”, hoorde ik ooit eens op een VO school, in gesprek over de schoolcultuur en de verbindingen met de stakeholders.
Dit uitgangspunt belemmert dan iedere vorm van gelijkwaardig contact, laat staan dat het vertrouwen wekt.

Het valt te begrijpen dat wanneer een docent een vervelende ervaring heeft met een ouder, een lastig gesprek, misschien wel onheus bejegend wordt, dat deze ervaring nog lang nagonst. Maar een professional zou toch nooit in zijn eigen mentale valkuilen mogen stappen.

Michael Winterhoff heeft wel een aardige uiteenzetting over die ‘prinsesjesbehandeling’. Hij stelt eigenlijk dat gedragsproblemen in feite relatieproblemen zijn. Relatieproblemen tussen kind en volwassene.
Hierin ziet hij drie stadia. In het eerste stadium beschouwt de volwassene (de ouder) het kind als een spiegel, in gedrag in zijn. In de stadia daarna wordt dit dieper en ‘enger’ om te eindigen in het stadium van symbiose, het kind is gelijk de ouder.

Lastig Luisteren_bijdrage_Schoudercom_01-1.docx

Dit zou kunnen verklaren waarom ouders soms heel fel en agressief kunnen reageren, kritiek op het kind is kritiek op de ouder zelf, een persoonlijke aanval.

In feite zou je dus als onderwijsprofessional dit moeten kunnen achterhalen. In hoeverre is er sprake van een goede, gezonde relatie tussen kind en ouder, als vertrekpunt in de communicatie. Hierin meenemend in welke mate de relatie leraar-kind geen belemmeringen ondervindt van (mentale) vooroordelen.

Luisteren dus, oordeelvrij luisteren.

Hans van den Berg

Belletje

Pavlov had een hond en Skinner had een duif, in mijn herinnering. Ze leerden zaken dankzij conditionering. Een lampje levert voer op, een belletje levert speekselvorming op (ook als er geen eten voorhanden is). Zoiets.

Er was een discussie met een kind. De kernvraag was wat dit kind dacht nodig te hebben om aan het leren te gaan. Kernantwoord is natuurlijk dat je niet niet kan leren. Leren doe je altijd. Het ging hier echter om “school-leren”. School-leren is een hele andere vorm van leren dan het gewone alledaagse leren.

Dit kind, groep 8, wist mij te vertellen dat hij begon te leren als juf een belletje had gerinkeld. Juf rinkelde een belletje ten teken dat iedereen moest opletten. Wat iedereen dus ook netjes deed. Opletten en vervolgens doen wat er gezegd wordt. Hij dacht mijn vraag afdoende beantwoord te hebben.

“Gaat juf volgend jaar ook mee naar de middelbare school?”
“Hoezo?”
“Nou, om iedere keer wanneer jij op moet letten haar belletje te laten rinkelen.” Het kind leek mijn punt te gaan vatten. “Of moeten je ouders zorgen voor een doos vol belletjes voor iedereen in jouw omgeving die vindt dat je op moet letten? Dat ze dan een belletje kunnen krijgen dat ze kunnen laten rinkelen als ze willen dat jij oplet?” Het kind glimlachte. Kinderen snappen doorgaans snel wat ik bedoel.

Dit kind was geconditioneerd op een wijze waar Skinner en Pavlov een puntje aan kunnen zuigen. De volgende stap is dat dit kind niets doet als er geen belletje heeft geklonken. Of bij een belletje ineens gaat opletten, terwijl er niets op te letten valt.

Of dat wenselijk is laat zich raden. Zouden we als maatschappij er niet beter aan doen om kinderen op te laten groeien tot zelfstandig kiezende wezens? En hoe passen daar methodes als een belletje in? Of vingers-opsteken? En voor wie zijn die methodes eigenlijk wenselijk? Voor de juf? De lesmethode? Het kind?

We willen zelfstandig denkende kinderen die op een verantwoorde wijze keuzes kunnen maken en we staan toe dat schoolkinderen in school-leren geconditioneerd worden door belletjes, regels en vingers. Zou het niet beter zijn als we de lessen van Skinner gebruiken om ons volwassen begeleidingsgedrag aan te passen? Dé les van Skinner is immers dat succesvol gedrag zich zal herhalen. De vraag is nu wat succesvol gedrag is: gehoorzaamheid of zelfdenkendheid?

Ik wil graag vingers zien voor het goede antwoord.

Een betaalbaar ouderportaal

Na de enthousiaste kennismaking met de gratis schoudercom.nl accounts blijkt de stap naar het betaalde account weleens lastig. Voor de licentieprijs is geen ruimte in het budget en tijd voor een kosten-baten analyse ontbreekt vaak.

Als je er echter vanuit gaat dat een ouderportaal zowel voor de school als voor de ouders toegevoegde waarde biedt, is het laten meebetalen door de ouders wellicht een optie. Het plaatje zou er dan als volgt uit kunnen zien:

  • Directe besparing op kopieerkosten (~1/3e van licentieprijs). Als een school nog veel op papier verspreidt kunnen de kopieerkosten enkele honderden euro’s per jaar bedragen.
  • Per leerling € 2,– per jaar extra ouderbijdrage vragen (~2/3e van licentieprijs).

Deze componenten samen kunnen een ouderportaal bekostigen, zonder dat er extra budget nodig is. Voor veel ouders zal een bedrag van  € 2,– geen probleem vormen indien daar online mogelijkheden voor ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie tegenover staan.

Natuurlijk zijn er nogal wat verschillen in budgettering en gaat bovenstaande niet voor elke school op. Wilt u meer weten over de kosten en baten van schoudercom.nl, bekijk dan het overzicht van andere kostenbesparingen, en niet te onderschatten tijdsbesparingen.

Ouderbetrokkenheid en leerresultaten – een overzicht

Ouderbetrokkenheid heeft een positief effect op de leerresultaten van de leerlingen, en daarmee op het succes van de school. Hieronder volgt een overzicht van o.a. sites en recente artikelen en publicaties waar u meer informatie kunt vinden over gedane onderzoeken en praktijkverhalen met betrekking tot ouderbetrokkenheid en leerresultaten.

Onderstaand overzicht is zeker niet uitputtend. Heeft u een suggestie om toe te voegen, laat het even weten via de Comments.

Agenda ouderbetrokkenheid 2013

Websites

  • facebook.com/oudersenschoolsamen. Facebook pagina ‘Ouders en School Samen’. Ouders en school hebben hetzelfde doel: kinderen begeleiden in hun ontwikkeling. Ze kunnen elkaar hierbij helpen. Hier kun je voorbeelden vinden hoe je deze samenwerking invulling kan geven.
  • www.sllo.nl. Stichting LLO (Leraar Leerling Ouders) is een platform waar de leerling, de leraar en de ouders vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid samenwerken.
  • www.lobo.nl. website van de Landelijke Oudervereniging Bijzonder Onderwijs op algemene grondslag (LOBO). De LOBO behartigt richting school en overheid de belangen van ouders met kinderen in het basis-, speciaal en voortgezet onderwijs door ondersteuning, informatievoorziening, scholing en advisering.
  • www.ru.nl/its/expertisecentrum/expertisecentrum. Binnen het Expertisecentrum Ouders, school en buurt houden medewerkers zich bezig met onderzoek en advisering over innovatieve ontwikkelingen op het terrein van de relatie ouders, onderwijs en opvang.
  • www.ouderbetrokkenheid.nl. Deze website is in het leven geroepen om expertise, tips en good practices op het gebied van ouderbetrokkenheid en -participatie uit te wisselen.
  • www.5010.nl. website van 5010, de advies- en informatiedienst voor ouders met schoolgaande kinderen. Ouders en medezeggenschapsraden kunnen hun vragen m.b.t. het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs stellen via deze website of gratis via de telefoon.
  • MinOCW site van Ouders en school samen. Voor de ontwikkeling van kinderen is goed partnerschap tussen de school en de ouders (ouderbetrokkenheid) belangrijk. De minister van OCW roept scholen en ouders op met elkaar in gesprek te gaan.
  • www.oudersbijdeles.nl. Een site over ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie op school, met voorbeelden uit de schoolpraktijk.
  • www.forum.nl/paoo. Met het project PAOO ondersteunt en versterkt FORUM, Instituut voor Multiculturele Vraagstukken, de ouderbetrokkenheid op basisscholen met minimaal 25% gewichtenleerlingen.
  • www.leraar24.nl. Diverse artikelen en video’s over ouderbetrokkenheid.
  • www.oudersenonderwijstwente.nl. Het belangrijkste doel van Ouders & Onderwijs Twente is het stimuleren, ondersteunen en initiëren van vormen van pedagogisch partnerschap.
  • www.netwerkouderinitiatieven.nl. Deze website is van en voor ouders die zich hard maken voor onderwijs op maat en voor al diegenen die de betrokkenheid van ouders bij dit onderwerp nastreven.
  • www.actiefouderschap.nl. De Stichting Actief Ouderschap stelt zich ten doel om de kloof tussen school en thuis te dichten. Kinderen doen het beter als de ouders betrokken zijn.
  • http://www.onderwijsconsument.nl. OCO zorgt voor informatie voor ouders en leerlingen. OCO ondersteunt ouders en leerlingen bij alles wat zij als con­sument kunnen en willen ondernemen.

Publicaties

Subsidies

  • Actieve ouders van voorschool tot mbo. Subsidies voor projecten die de ouderbetrokkenheid op Haagse scholen proberen te vergroten.
  • Taal en Ouderbetrokkenheid. Documenten en formats voor aanvraag en verantwoording subsidie Taal en Ouderbetrokkenheid voor het schooljaar 2011-2012 en 2012-2013.
  • Fonds 1818. Activiteiten die Fonds 1818 ondersteunt moeten een toegevoegde waarde hebben op het bestaande schoolgebeuren (regio ~Zuid-Holland).
  • Veel gemeenten hebben subsidies voor integratieactiviteiten, waartoe vaak ook ouderbetrokkenheidprojecten worden gerekend.

Twitteraars

Twitteraars die veel over ouderbetrokkenheid twitteren:

Goede communicatiemogelijkheden tussen leerkrachten, leerlingen en ouders zijn onmisbaar als ondersteuning van ouderbetrokkenheid. Schoudercom.nl biedt hiervoor uitgebreide mogelijkheden.

Schoudercom.nl, het communicatieplatform voor scholen en ouders

Waarom e-mail steeds belangrijker zal worden

Met de komst van sociale media wordt nogal eens de ondergang van e-mail voorspeld. Zo denkt men bijvoorbeeld bij Atos Origin dat over 3 jaar geen e-mail meer gebruikt zal worden en ook Facebook’s COO Sheryl Sandberg zei vorig jaar al dat “E-mail is probably going away”.

Er zijn echter andere scenario’s denkbaar, afhankelijk van hoe we in de toekomst omgaan met de diverse communicatiekanalen. Een van de huidige trends bijvoorbeeld is dat de sociale media veel gebruikt worden voor het ‘zenden’. Laten zien wat je kan, wat je weet, wat er gebeurt etc. ter promotie van jezelf, van je bedrijf, je stichting of je school. Leuk als er een antwoord op komt van een volger, maar het is geen vereiste.

Maar wat als je echt met iemand, of een groep personen,  wilt communiceren? Met andere woorden, je wilt zeker weten dat je doelgroep het leest, en sterker nog, je verwacht een antwoord (bijvoorbeeld school-ouder communicatie). Wat doe je dan? Iets als Twitter is dan minder geschikt, zoals iedereen die een aantal honderd personen volgt zal beamen. Lang niet alle tweets worden nog gezien, het zijn er simpelweg teveel. Een forum is alleen geschikt als je hele doelgroep daarop actief is. De meeste mensen zullen daarom de telefoon pakken of een e-mail sturen.

Het is dus niet onwaarschijnlijk dat e-mail juist steeds belangrijker zal worden. De sociale media gebruik je voor het zenden en om vragen te stellen, er reageert meestal wel iemand op een hashtag. Wil je echt communiceren met bepaalde personen, zekerheid hebben over het bereiken van je boodschap en er reacties op ontvangen, dan ga je voor de e-mail.

E-mail wordt hier overigens bedoeld in de breedste zin van het woord, dus ook de direct messaging mogelijkheden van veel sociale media valt hieronder. Deze laatste categorie is immers een vorm van e-mail, zij het een bijzonder kreupele want in het algemeen met veel beperktere zoek- en zendmogelijkheden.

Onderwijs en bedrijfsleven – overeenkomsten en verschillen

In welke marktsector je ook zit, je krijgt te maken met automatisering en budgetten. Het is dus niet zo gek dat, wanneer je sectoren met elkaar vergelijkt, daar overeenkomsten ziet in ervaringen, best practices en ontwikkelingen. Tijdens veel gesprekken op de NOT 2011 zat deze vergelijking in mijn achterhoofd. Hier wil ik er twee onderwerpen uithalen om die eens nader te belichten.

Het Monsterpakket of de Best of Breed?

Automatisering in een marktsector start altijd op deelgebieden, zoals financiëen, administratie,  relatiebeheer, inhoudelijk, etc. Kleine spelers worden groot en gaan meer deelgebieden aanbieden totdat er uiteindelijk een scala van aanbieders ontstaat met de volgende uitersten:

  • Er zijn een aantal ‘monsterpakketten’ van zeer grote spelers, oftewel alleskunners. Voor bijna elk denkbaar deelgebied bieden zij een module.
  • Op elk deelgebied zijn er ook specialisten – kleinere spelers die focussen op een deelgebied en daar een zo mooi mogelijke oplossing voor bieden. Deze worden de ‘best of breed’ genoemd, zijn meestal innovatief en zijn voor klanten binnen een deelgebied de beste keus.

Beide oplossingen hebben voor- en nadelen. Het monsterpakket heeft als grote voordeel dat het een geïntegreerd pakket is – informatie hoeft maar eenmalig te worden ingevoerd en is vervolgens in alle deelgebieden beschikbaar. Een voordeel dat overigens vaak overschat wordt als deelgebieden door opkoping van kleinere bedrijven worden veroverd. De voorgenomen ‘totale integratie’ is namelijk niet altijd een succes. Het nadeel van een monsterpakket is dat het op deelgebieden vaak suboptimaal werkt, minder goed dan de specialistische best-of-breed pakketten. Ook is het moeilijker om ‘van een pakket af te komen’ – migreren naar een andere oplossing is een grote opgave omdat het zoveel deelgebieden raakt.

Ga je voor de best of breed, dan heb je het voordeel en vrijheid om op elk deelgebied de best mogelijke oplossing te kunnen kiezen. Als de afzonderlijke pakketten echter niet goed met elkaar praten heb je wel een groot probleem: dubbele invoer, dubbeling van data, inconsistenties, tijdsverlies etc. Wel kun je relatief makkelijk een pakket vervangen zonder direct op alle deelgebieden te moeten vernieuwen.

De uiteindelijke keuze hangt af van de afweging van bovengenoemde voor- en nadelen die voor verschillende sectoren heel anders kan zijn door een verschillende volwassenheid van het aanbod. Ook speelt de persoonlijke voorkeur van de beslissers nogal eens een rol: sommige hebben (door ervaringen uit het verleden) een voorkeur voor monsterpakketten of juist voor best-of-breed oplossingen en zijn dan bereid sommige nadelen door de vingers te zien.

Bovenstaande is vooral ontleend aan het bedrijfsleven. In het onderwijs zie je langzaam een soortgelijke keuzestrijd ontstaan. Er zijn afzonderlijke pakketten voor  leerlingenadministratie (leerlingvolgsystemen), methode-gebonden leeromgevingen, rapportensoftware, invallerspool, websitebeheer, nieuwsbriefverzending etc. Echte “monsterpakketten”, “alleskunners” zijn er nog niet hoewel sommige pakketten al wel “breed” te noemen zijn. Belangrijker echter is dat de integratiemogelijkheden van de afzonderlijke pakketten nog vrijwel afwezig zijn. Zo beschreef Marcel Kesselring in zijn blog Hoe verspillen leerkrachten hun kostbare tijd? het massale tijdsverlies bij leerkrachten tijdens het doubleren van de leerresultaten tussen methode-gebonden leeromgevingen en leerlingvolgsystemen. En na zijn bezoek aan de NOT blogde Michel Boer in Dagje NOT 2011 zijn onvrede met de huidige ICT versnippering in het onderwijs, daarbij terecht de achterstand ten opzichte van het bedrijfsleven opmerkend.

Hoogste tijd dus voor onderwijs-gerelateerde ICT om de kloof te gaan dichten. Sommige van de huidige pakketten zullen doorgroeien tot alleskunners. De taak voor de specialistische best-of-breed software is de samenwerking opzoeken en gezamenlijk het onderwijs een mooie drempelloze gebruikerservaring te geven.    

Wat kost het en wat levert het op?

De andere vergelijking tussen het bedrijfsleven en het onderwijs die ik wil maken is het aanschafproces van software. Ook hier viel mij weer, naast overeenkomsten, een belangrijk verschil op. In het bedrijfsleven staat de kosten-baten analyse centraal. Je kijkt niet alleen naar wat het kost maar ook naar wat het oplevert. Dit laatste is niet altijd even eenvoudig en nauwkeurig te doen, maar ook een (kwalitatieve) schatting van de baten kan al veel informatie opleveren. Gebaseerd op de kosten-baten analyse wordt dan uiteindelijk de beslissing genomen om de software wel of niet aan te schaffen.

Hoewel bovengenoemde analyse  ook in het onderwijs wordt toegepast viel het mij tijdens de NOT op dat regelmatig de kosten centraal werden gezet, in plaats van de kosten-baten analyse. Zonder de voordelen van de oplossing te overwegen werd direct ingezoomd op de kosten. En bij krimpende budgetten is er dan maar 1 conclusie mogelijk. Ook in dit opzicht is nog wel een kloof te dichten. Niet in de laatste plaats omdat de baten groter kunnen zijn dan de kosten.